Wikia


Beiaardlied

partituur van het Beiaardlied

De melodie van het Beiaardlied is gecomponeerd door Peter Benoit. Dit lied vormt het hoofdmotief uit de cantate Vlaanderens kunstroem, Rubens-cantate uit 1877.

De tekst werd getoondicht door Julius De Geyter (1830-1905). De Geyter was een toonaangevend figuur in de Vlaamse Beweging. Een straat tussen Antwerpen (Kiel) en Wilrijk (Valaar) is naar hem genoemd.


Tekst Edit

1.
Dan mocht de Beiaard spelen
van al uw torentransen,
dan mocht de grijsheid kwelen,
[dan mocht de jonkheid dansen.] (bis)

2.
Dan schiept gij opgetogen
tot prinsen, Vlaamse steden,
die onder zegeboden
[op zegewagens reden.] (bis)

3.
Dan liet gij uw rondelen
en kanten gevels glanzen,
dan hieldt gij landjuwelen,
[dan vlocht gij lauwerkransen.] (bis)

4.
Dan spreidet gij voor d'ogen
uw vrijheid, kunst en zeden,
op allen mocht gij bogen,
[om allen werdt g'aanbeden!] (bis)